Nieuws

“Polderen, bestuur en politiek”.

Wie de moeite neemt om het boek “400 jaar Beemster 1612-2012” ter hand te nemen en hoofdstuk 9 “Polderen” tot zich neemt, kan zich oriënteren en zich verbazen hoe de huidige bestuursvorm tot stand is gekomen. Beemster is al vier eeuwen lang bestuurlijk, politiek en administratief zelfstandig. Die eenheid en autonomie werden in de jaren na 1612 door de toenmalige polderbestuurders hard bevochten. Het versterkte de saamhorigheid en traditie om eigen zaken binnen de dijken te regelen. Het polderbestuur bestaande uit Dijkgraaf, heemraden en hoofdingelanden gingen aan de slag met boerderijen en huizen bedrijfjes werden opgestart. En zo kwamen de boeren met hun knechten burgers en bouwvakarbeiders en gelijk daarmee ook de geschillen waardoor behoefte aan rechtspraak. De Baljuw werd aangesteld voor de openbare orde en veiligheid, verdachten werden verhoord en de straf opgelegd waarna de Hoogheemraden het vonnis velde. Keuren werden uitgevaardigd op allerlei gebied als markten, maten, gewichten, zondagsrust, bedelarij, openbare verkopen en brandbestrijding. Eigenlijk herkenbaar met de verordeningen en regels zoals we deze nog altijd kennen. Zo werden er regels opgesteld voor bouwen en welstand gerelateerde zaken. Het Heerenhuis in Middenbeemster werd het bolwerk van bestuur dat onder dreigende oorlogen en onenigheden in stand is gebleven tot in 1798 het invoeren van de grondwet. Steeds meer werd nationaal en minder lokaal bepaald. We lezen: Overtuigde polderbataven verzetten zich nog maar konden niet voorkomen dat in 1804 een “regeringsreglement” werd vastgesteld maar het gemeentebestuur bleef gehandhaafd en Beemster werd een 2010 onder Napoleon een commune onder leiding van een burgemeester die in 1813, het einde van de Franse tijd, het gemeentebestuur ook weer omzette naar een burgerbestuur. Koning Willem 1 stelde in 1816 een reglement voor het bestuur op het platteland onder leiding van een schout, later burgemeester, die werd bijgestaan door twee wethouders en negen raadsleden die op rooster werden benoemd door GS van de provincie. In een tijdsgewricht van vele jaren waren revoluties en oorlogen in heel Europa orde van de dag. De grondwet van 1848 tot stand gekomen onder staatsman Thorbecke schreef onder andere rechtstreekse verkiezingen van de gemeenteraad door de burgerij voor. Zo is in 1851 de eerst op moderne leest geschoeide gemeenteraad van Beemster gekozen. Vrouwen waren nog uitgesloten van het kiesrecht en het was een klein select groepje dat in staat werd geacht te besturen of de leden van de raad te kiezen. Er waren geen partijprogramma’s en wie mocht stemmen, gaf zijn stem aan iemand waar je vertrouwen in had en behoorde tot de kandidaten uit de agrarische elite die land bezat. Een ambtenarenapparaat was er niet en het werk werd gedaan door mensen in dienst van de gemeente voor het verrichten van administratieve taken. Een belangrijke rol was weggelegd voor de gemeentesecretaris, zo bleef het politieke bedrijf heel lang een keurig onderonsje van belangrijke heren met vak een belangrijke rol in het polderbestuur. De gemeenteraad was het hoogste orgaan in de gemeente geworden en zette de grote lijnen van het gemeentelijk beleid uit en controleerde of het college van B&W zijn bestuurlijke taken goed uitvoerde.

Zo heeft Beemster in de periode vanaf 1811 tot 2021 in totaal 19 burgemeesters gehad, waarvan twee vrouwelijke, en dat aantal zal zo blijven en over allen werden bij hun afscheid lovende woorden gesproken, soms uit beleefdheid maar in het algemeen uit tevredenheid. Vanaf 1880 ontstond de partijvorming die kenmerkend is voor de hedendaagse politiek dit is ontstaan via kiesverenigingen waar geestverwanten elkaar opzochten en waaruit kandidaten naar voren werden gebracht. Net als nu kwamen deze uit alle geledingen en hoewel er stevig campagne werd gevoerd stonden verdraagzaamheid en saamhorigheid centraal. In de laatste decennia van de 19e eeuw betraden andere spelers het politieke toneel, besturen was niet meer het voorrecht van de liberale elite en de regenten. “Gewone mensen” mannen én vrouwen bevochten het recht om hun stemgeluid te laten horen. Nieuwe politieke groeperingen in allerlei gradaties namen het op voor de gewone mensen. Wat als een rode draad door de bestuurlijke geschiedenis van Beemster loopt, is een zekere afkeer van bemoeienis van buiten wat ook wel gezien is een vorm van arrogantie. Waar bestuurders vaak lijnrecht tegenover elkaar stonden was er een onderwerp waar de saamhorigheid de boventoon voerde: Annexatie, met als doel verlagen van de kosten, zo ontstond er in 1920 hevige commotie over een in het geheim besproken document in de gemeenteraad van Purmerend verzonden naar de CvdK en het college van GS van de provincie en de minister Binnenlandse Zaken om een (deel) van Beemster te annexeren. Dit gebeurde op aangeven van de regering en betrof meerdere Waterlandse gemeenten.  Maar in Beemster werd Purmerend beticht van landhonger en bij de vereniging Beemster’s Welvaart laaiden de emoties hoog op. De rook kwam zelfs uit de stoomgemalen en de koeien loeiden luid: moet ons beeld uit het Beemster Wapen verdwijnen om aan de inhaligheid van de stad te voldoen? Strijdvaardigheid op Beemster waardigheid uit alle geledingen heeft voorkomen dat dit werkelijkheid is geworden. Bij de verkiezingen in 1933 werden de stemmen verdeeld over meer dan twintig partijen, de versplintering gaf geen kleur en er waren slechts verliezers. Afsplitsing uit onvrede zo is in 1974 de Beemster Polder Partij ontstaan dit in een periode dat lokale partijen nog tot de uitzonderingen behoorden. Dat deze belangengroep, die door de gevestigde orde een “eendagsvlieg” is genoemd, toen maar nog altijd op steun van de inwoners kon rekenen vertellen de gemeenteraadsverkiezingen vanaf 1974 tot heden overduidelijk, een gestage groei met in de laatst gehouden verkiezingen in 2018 ruim 46% steun waarmee 6 raadszetels op een totaal van 13 zetels in de raad van Beemster. Dat daarmee niet is bereikt dat de voorgenomen fusie met de stad Purmerend heeft niet gelegen aan de BPP, dat daarmee ook het streven om met meerdere Waterlandse gemeenten gezamenlijk op te trekken richting centrumgemeente Purmerend is nog altijd een gemiste kans, zeker gezien de ontwikkelingen in het Waterlandse waar we dagelijks worden geconfronteerd met de problemen van alle betrokken gemeenten in ons gebied.

Toen duidelijk is geworden dat de fusie met de stad onoverkomelijk werd, heeft de partij uiteindelijk ingestemd met de fusie en is letterlijk de knop omgezet om het hoogst haalbare met gedegen borging met name de Dorpsvisies en het Bestemmingsplan Buitengebied de “brug over te brengen”. Na vele gesprekken met diverse politieke partijen in Purmerend is gebleken dat het DNA van de Stadspartij het meest overeen kwam. Er is een intensieve samenwerking ontstaan wat heeft geleid tot een lijstverbinding. Zo gaat de Stadspartij-Beemster Polder Partij met vertrouwen de gemeenteraadsverkiezingen op 24 november tegemoet, met als doel stad en platteland bij elkaar te brengen en het beste te bereiken voor alle inwoners, verenigingen, instanties en bedrijven.

Nico de Lange. Bronvermelding: Enkele citaten zijn uit het boek “400 jaar Beemster 1612-2012” overgenomen